Producten

Het Johanna KinderFonds ondersteunt regelmatig projecten die resulteren in een product. Het kan een boek zijn speciaal voor kinderen met een beperking of een DVD waarin een beeld wordt gegeven van het leven met een bepaalde aandoening. Maar ook een website, een folder of een rapport met de bevindingen van een onderzoek kan van belang zijn voor de doelgroep van het Johanna KinderFonds. 

LET OP! Deze producten kunnen niet bij het Johanna KinderFonds besteld worden.

Rapport 'Gehandicapte kinderen in Tel'

Het Verwey-Jonker Instituut heeft in opdracht van het Johanna KinderFonds en de NSGK onderzocht in welke gemeenten en provincies in Nederland de meeste gehandicapte kinderen wonen. Het rapport ‘Gehandicapte Kinderen in Tel' werd 26 mei jl. naar alle gemeente verstuurd.  

De cijfers zijn van belang omdat gemeenten door de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) een belangrijke rol krijgen in de ondersteuning van kinderen met een handicap. Veel gemeenten weten nu voor het eerst hoeveel gehandicapte kinderen hun gemeente minimaal telt.
Zij kunnen zo werken aan goede voorzieningen voor spelen, sporten, vervoer, wonen, onderwijs en cultuur, kortom: aan beleid dat ervoor zorgt dat kinderen met een handicap kunnen meedoen. 

Uit de cijfers blijkt dat in Nederland ten minste 66.000 kinderen van 0 tot 18 jaar door hun handicap niet gewoon kunnen deelnemen aan onze samenleving. Dit is 1,84% van alle kinderen. De verschillen per gemeente zijn groot. Na Ermelo staat de gemeente Groningen op de tweede plaats met 4,81%. Hekkensluiter is Schiermonnikoog, waar geen gehandicapte kinderen werden geteld. In de grote steden is het percentage gemiddeld 2%. Alleen in de stad Den Haag is dat minder: 0,58%. Van de provincies heeft Groningen de meeste kinderen met een handicap: 2,80%. Zuid-Holland heeft met 1,36% het laagste percentage. 

Het Verwey-Jonker Instituut gebruikte voor het onderzoek een databestand van de AWBZ-verzekering. Zo konden de kinderen worden geteld die door hun handicap AWBZ-zorg nodig hebben. Verder werd gebruik gemaakt van gegevens van de Leerling Gebonden Financiering voor gehandicapte kinderen die naar een gewone school gaan. Daarmee werden de kinderen geteld die bijvoorbeeld een ontwikkelingsstoornis hebben maar geen AWBZ-steun krijgen. Overigens zijn hiermee niet alle gehandicapte kinderen in Nederland geteld. Waarschijnlijk zijn nog veel kinderen buiten beeld gebleven, bijvoorbeeld omdat ze geen AWBZ of leerlinggebonden financiering nodig hebben of omdat ze die niet weten te vinden.  

Het volledige rapport staat op http://www.kinderenintel.nl/